Reisschema vogelreis Hongarije
Dag 1 Amsterdam – Boedapest- Hortobagy
Dag 2 Hortobagy
Dag 3 Hortobagy
Dag 4 Hortobagy
Dag 5 Hortobagy - Tokaj
Dag 6 Zemplen
Dag 7 Zemplen
Dag 8 Tokaj - Boedapest - Amsterdam
Inbegrepen
Vlucht, luchthavenbelasting, alle overnachtingen, alle maaltijden (lunch in het veld), vervoer ter plaatse en lokale gids
Niet inbegrepen
Drank en uitgaven van persoonlijke aard
Extra
Toeslag eenpersoonskamer EUR 250,-
Prijs
EUR 1395,-
Reisbegeleiding
Kees de Vries
Aantal deelnemers
Minimaal 5, maximaal 14
Accommodatie
Middenklasse hotel met eigen toilet en badkamer
Zwaarte reis
Korte wandelingen
Klimaat
Wisselend voorjaarsweer met temperaturen tussen de 20 en 25 graden Celsius
| Boek deze reis |
|
Hongarije,
Hortobagy en Zemplen
Hongarije is met zo’n negen miljoen inwoners een dun bevolkt land gelegen in het hart van Europa. Met name de grote Hongaarse poesta waar het Nationaal Park Hortobágy onderdeel van uitmaakt, is voor vogelaars een uniek gebied. Dit is dé plek voor het waarnemen van Grote Trap, Sakervalk en Keizerarend. Ten noorden van de Poesta liggen de uitlopers van de Karpaten, een vogelrijke bergketen met onder andere een goede populatie van Oeraluil. Tijdens deze vogelreis zullen we ons richten op deze twee gebieden. Het uitgestrekte landschap, een bezoek aan één van de beste vogelgebieden van Midden-Europa, de Tokaj wijn en het heerlijke Hongaarse eten maken dat vogelreizen naar Hongarije erg populair zijn.
Op de eerste dag rijden we van het vliegveld in Boedapest in een drie uur durende rit naar ons hotel in het hart van het Hortobágy Nationaal Park waar we vier nachten verblijven. We zullen, afhankelijk van de aankomsttijd van het vliegtuig, nog gelegenheid hebben om in de omgeving van het hotel te vogelen. De Hortobágy wordt ook wel eens “een smal stukje Azië in Europa” genoemd vanwege de uitgestrekte steppen. Het gebied strekt zich uit over 100.000 hectare, waarvan een gedeelte beschermd is in de vorm van een Nationaal Park. Roodpootvalken broeden in verspreid staande boomgroepen, Dwergaalscholvers en Zwarte Ibissen vinden we in en rond de visvijvers en de Keizerarend, Sakervalk en Grote trap moeten we op de steppe zoeken. De visvijvers van de Hortobágy zijn een waar Mekka voor vogels en vogelaar. Er zijn diverse observatietorens gebouwd, zodat men een goed overzicht heeft over de diverse meertjes. In dit gebied kan men meer dan 100 soorten op een dag zien. In het riet zitten soorten als Snor en Zwartkoprietzanger en natuurlijk diverse soorten reigers. Boven de meertjes vliegen Zwarte -, Witvleugel- en Witwangsterns.
Er komen in deze tijd van het jaar ook veel steltlopers voor, die op doortrek zijn naar hun broedgebieden. Goed speurwerk levert misschien wel een Breedbekstrandloper op! Soms vliegt de hele groep op omdat er een Zee- of Visarend overvliegt, of omdat de Sakervalk vanuit het steppegebied even zijn avondmaal komt halen. Dé soort in de uitgestrekte steppe is natuurlijk de Grote Trap. De vrouwtjes zitten inmiddels al op het nest, maar de mannetjes kunnen we in het vroege ochtendlicht mooi over de steppe zien lopen. Maar natuurlijk vinden we in dit uitgestrekte gebied nog veel meer vogels. Grauwe Kiekendief, Keizerarend en Arendbuizerd zijn de typische roofvogels en op de grond hopen we de Griel te kunnen vinden. Een andere kenmerkende soort van dit gebied, en dan met name het met zegge begroeide gedeelte, is de Waterrietzanger. Meer dan 500 territoria zijn vastgesteld. Naast deze specialiteiten vragen de algemenere soorten natuurlijk ook de aandacht. Bijeneters, Scharrelaars en Kleine Klapeksters zijn inmiddels terug uit Afrika en vaak zijn er overzomerende Kraanvogels aanwezig.
Op de vijfde dag rijden we naar het noorden en bezoeken eerst het bos van Debrecen, waar we op zoek gaan naar diverse spechten. Na de lunch rijden we verder naar het stadje Tokaj, waar de bekende Takaj wijn vandaan komt. Hier verblijven we de komende drie nachten en gaan we vogelen in de Zemplen Foothills. Dit gebied is de uitloper van de Karpaten en bestaat uit beboste heuveltoppen met daartussen open valleien en meanderende riviertjes. Op de hellingen staan met name berken en eikenbos en hoger op de heuvels vinden we naaldbomen. In de avond gaan we op zoek naar de Oehoe en Oeraluil hoewel we de laatste ook overdag tegen kunnen komen. We maken daarbij gebruik van een plaatselijke gids die onderzoek doet naar deze prachtige uilensoort. De Zemplen Foothills zijn rijk aan spechten en we gaan hier op zoek naar Syrische Bonte Specht en Witrugspecht. Langs de rivieren zingen de eerste Kwartelkoningen en vinden we Krekelzanger en Sperwergrasmus.
De laatste dag rijden we van Tokaj naar Boedapest. Afhankelijk van de vertrektijd van het vliegtuig terug naar Amsterdam bezoeken we nog enkele vogelplekken.
|